Oren en ogen in de wijk

Rens Vlieger, jeugdboa en Timo Spruijt, jeugdagent

 

 

Zo snel als jongeren schakelen, moeten professionals ook kunnen schakelen. Vanuit het programma Preventie met Gezag investeren gemeente en politie daarom in extra aandacht voor jeugd en veiligheid. Jeugdboa Rens Vlieger en jeugdagent Timo Spruijt werken met een praatje in de wijk aan preventie van problemen, en handelen met gezag wanneer dat nodig is. Op een populaire jongerenhangplekken in Nieuwegein — de parkeergarage met uitzicht over de stad — delen ze hun inzichten.

Rens Vlieger is fulltime jeugdboa Preventie en Gezag en focust zich op ‘jonge aanwas’: jongens en meiden die dreigen af te glijden naar criminele activiteiten, of al betrokken zijn bij lichte criminaliteit. Hij brengt het liefst zoveel mogelijk tijd door op zijn fiets in de wijken. 

Jeugdagent Timo Spruijt focust als jeugdagent ook op deze jonge aanwas in de wijken, maar besteedt ook veel tijd op het politiebureau, aan aangiftes en onderzoek en aan het ondersteunen van politiecollega’s en wijkprofessionals bij jeugdcasuïstiek.

Van voetballende jongere naar jongere met criminele taken

Dankzij het programma Preventie met Gezag, verwant aan Nationaal Programma Centrale As Nieuwegein, speelden gemeente Nieuwegein en politie Nieuwegein Timo en Rens vrij om zich op jeugd te richten. Belangrijk, want die beschikbaarheid is nodig om de snelle dynamiek van jeugdcriminaliteit bij te benen: de overgang van een gewone jongere naar een jongere met een criminele agenda kan snel gaan.

Timo: ‘Zoals wij naar een jeugdgroep kijken, kijken criminelen ook. Een stoere jongen die een wheelie doet om indruk te maken op anderen? Die kun je een opdracht laten uitvoeren. Een stille jongen op de achtergrond? Die kun je geheime informatie meegeven. Wie heeft welke rol? Mensen denken wel eens over ons: “waarom besteden zij hun kostbare tijd aan voetballen met jongeren?” Maar meespelen is juist nodig, en perfect om de groepsdynamiek te ontleden.’

Rens: ‘Het valt ons op dat er steeds meer jongeren softdrugs gebruiken — blowen. Als we die jongeren spreken vragen we altijd hoe het gaat, maar ook hoe ze aan die drugs komen. Het gedrag rondom blowen verandert vaak snel van overlastgevend in crimineel. Social media als Telegram en Snapchat dragen daar aan bij. Binnen een paar appjes is iemand geronseld, of kan een crimineel klusje geregeld zijn. We moeten daarom bovenop die overgang zitten.’

Betere beeldvorming 

‘Ik lees elke dag alle jeugdmeldingen die binnenkomen’, vertelt Timo. ‘Misschien is er een groep gecontroleerd: wat was dan de groepssamenstelling? Welke bekende gezichten zaten daarbij, of welke nog onbekenden zitten daar nieuw bij? Een jong iemand die nog niet eerder gecontroleerd is, en die ineens in een auto zit bij een naam die we vaker tegenkomen — dat is waardevolle informatie.’

Timo en Rens werken veel samen. Zoals bij het afstemmingsoverleg Jeugd, waar ze signalen van de straat bespreken. Ze komen elkaar ook tegen, in de wijken, op het politiebureau of in het gemeentehuis. ‘Dan vragen we elkaar: “Is die en die persoon bij jou in beeld?” Daarnaast werken we samen met de Raad van de Kinderbescherming, jeugdreclassering, jongerenwerk, de gemeente, bureau Halt’, legt Timo uit. ‘Afstemming is echt nodig: jongeren kunnen mij het ene verhaal vertellen, en Rens een heel ander verhaal.’ 

Rens: ‘Dan zegt een jongere: “van Timo mocht ik dit wél, hoezo krijg ik van jou ineens bekeuring?!” De verhalen kloppen niet altijd. Dus als je die onderlinge lijntjes niet hebt, kom je niet meer te weten dan wat je eigen organisatie weet. Zo was er laatst een jongere die aan softdrugs verslaafd is geraakt, en ons om hulp vroeg. Die persoon hebben we kunnen koppelen aan het wijkteam dat zorgt voor een passende afkickkliniek. Door er zo bovenop te zitten, kunnen we beter helpen en ergere problemen voorkomen.’

Spelletjes spelen en getest worden

Banden kweken, zodat Timo en Rens jongeren bij naam kennen en andersom, kost tijd. 

Rens: ‘Op wie je ook afstapt, of het nou 1, 3 of 20 personen zijn: je moet aanvoelen hoe je het beste zo’n gesprek kunt aangaan. De kans is groot dat jongeren je willen testen, willen weten wie ze voor zich hebben, dus je moet soms door wat spelletjes heen. Sommige groepen zijn heel lastig en dan maakt het zeker ook uit hoe jij zelf die dag in je vel zit. Sta je stevig? Soms ga ik gewoon midden in zo’n groep staan en omarm ik de weerstand. Net zo lang tot zij zich ongemakkelijk voelen van mij, in plaats van ik van hen. Als je dat blijft doen, met een rustige aanwezigheid, hebben ze op een gegeven moment door dat je er bent, blijft, en openstaat voor contact – hoe erg ze je ook proberen te negeren.’

Timo: ‘Toen ik vorige zomer een keer mee voetbalde, trapte een jongen express heel hard de bal tegen me aan. Hij en de groep lachten me uit, dus ik stond in mijn eentje voor schut. Op zulke momenten heb je altijd keuzes. Als een sfeer bijvoorbeeld grimmig wordt, kun je escaleren — of eieren voor je geld kiezen en uit de situatie stappen, met een oproep via je porto als uitweg. In deze situatie ging ik subtiel naar hem toe: “Ik ben de hele tijd respectvol en eerlijk naar jou, hoe durf je zo tegen mij te doen?” Vervolgens nam ik de leiding over de groep van hem over, en heb ik hem vriendelijk de hand geschud. Jongeren willen voelen wat ze aan je hebben. Het kost tijd, maar je leert mensen echt kennen. Toen ik een groep jongeren eens staande kwam houden voor overlast, en ze voor me wegvluchtten, kon ik er zelfs een aantal terugroepen door hun voornaam te gebruiken.’

Timo en Rens komen beiden ook langs op scholen, waar politiebezoek altijd aanleiding is voor een alerte nieuwsgierigheid. Timo glimlacht: ‘Dan zeg ik tegen de jongeren om me heen: “Ik ben hier om iemand te vinden”, en dan staan ze helemaal ‘aan’. Beetje bij beetje beschrijf ik dan iemand uit die groep. Hoe ziet die eruit, wat heeft die persoon aan. Zodra ze me door hebben, ontspant de sfeer wat.’

Ingrijpen of waarschuwen?

Vanuit de houding van vertrouwen en wederzijds respect kunnen Rens en Timo beter escaleren als afspraken worden overschreden.

Rens: ‘We gaan ook naar jeugdgroepen waarvan mensen overlast melden. Dan zeg ik “Ik zou jullie nu allemaal een bekeuring kunnen geven, maar als jullie daar en daar naartoe gaan, dan is er niks aan de hand. Máár, als jullie hier morgen weer zijn, moet ik er iets mee. Dan ga ik niet weer een gezellig praatje maken en vragen of jullie ergens anders willen chillen”. Binnenkomen met een gestrekt been helpt niet voor een vertrouwensband. We stemmen dat goed af en kiezen onze momenten: wanneer doen we er echt iets mee?’. Vanuit zijn focus op strafbare feiten denkt Timo mee over een passende actie: ‘Welke overtreding doen we af met een Halt-traject? En houden we alleen staande, of houden we iemand echt aan en gaat die mee naar het bureau?’

Elke melding telt op

Timo heeft veel aandacht besteed aan de vraag hoe jongeren politie of handhaving benaderen: ‘Jongeren lopen niet zomaar het politiebureau binnen of bellen het algemene politienummer. Daarom gebruiken we zelf ook Snapchat en Instagram en gaan we langs op scholen. Ik laat jongeren vaak de QR-code van mijn Snap zien en dan voegen ze me toe.’

Rens: ‘Jongeren melden incidenten minder snel dan volwassenen. De meldingsbereidheid van dealen is best laag. Terwijl je tijdens een bewonersbijeenkomst hoort dat er bijna elke avond een auto staat. Dan hebben ze dat nog nooit gemeld. Wij hebben liever dat mensen overlast tien keer te veel melden, dan te weinig. Ook al doen we niet direct iets met een melding: de cijfers tellen op en zo’n optelsom: daar kunnen Timo en ik wat mee! Iedereen wil in een veilige wijk wonen, ook jongeren en óók jongeren die voor overlast zorgen. Wij helpen daar graag bij. Dus of iemand nu zelf in de wijken van de Centrale As woont of hier professional is: spreek ons aan, daar zijn we voor.’

Cookie-instellingen